Het dierenrijk in de vierde lichtsfeer
In de vierde lichtsfeer is een aparte sfeer voor de dieren. De dieren leven niet in de mensensferen. Als mensen hun huisdieren nog eens willen terug zien dan kunnen ze dat doen in een zgn. 'tussengebied', een ontmoetingsplaats.
Christina: "Weet je nog die keer dat ik bij 'het witte meisje' was? Ik zag toen dat ze in gezelschap was van een zwart dier, dat ik voor een wolf hield. Zij was ook op die ontmoetingsplaats.
Ze speelde daar met dat dier en noemde hem Carlos.
Jij zei toen dat jullie vroeger een hond hebben gehad, een bouvier met de naam Carlos. “
“Ja, ik weet nog wel dat je dat vertelde. Dat was toen Carola nog bij ons leefde. Toen je daar was vertelde je ook dat je dit toen zag. Dat is ook opgenomen op tape. Ik kan me voorstellen dat je de zwarte hond voor een wolf hebt aangezien. Het is ook interessant om te horen dat er een ‘dierensfeer’ bestaat.
Het is wel mooi dat je me kunt vertellen hoe het er daar uitziet. Als Cor zijn woorden doorgeeft zijn dat veel meer lessen en inzichten. Nu kunnen we ook van jou horen hoe die wereld er uit ziet daar. “
“Je las me zondag uit een rood boek voor waar je de bandjes van Cor hebt uitgetypt. Volgens mij lijkt het alsof hij daar dingen zegt die ik gezien heb. Zou dat kunnen? “
“Ja ik denk dat dat heel goed mogelijk kan zijn, want deze bandjes zijn opgenomen als Cor spreekt via jou en jij in diepe slaap bent.”
“Weet je, ik probeer het hier ook mooi te vinden. Ook om het leuk te vinden. Maar zoals het landschap wat ik vanmorgen zag, dát is hier niet, zo mooi. “
“Nee, meisje, maar hier hebben we andere dingen die de moeite waard zijn. Herinner je je Kerst nog? Dat was een dag met veel warmte en gevoel. Soms hebben we ook tranen. Tranen van verdriet en ‘warme’ tranen van geluk. Dat is de aarde. Dat is een andere schoonheid, die ervaren we van binnen, dat gevoel zit in onszelf”.
“Ja, maar daar zijn ook minder mooie gebieden, hoewel die toch nog mooier zijn dan hier. Vanmorgen toen ik met die vogel meemocht, dat was heel mooi. Het was net of die me meenam. Ik vloog gewoon mee. “
“Hoe zag die vogel er uit? “
“Hij was rozig/wit met een hele lange hals.”
“Een zwaan?”
“Nee, hij leek op zo’n roze vogel, die op één poot kan staan,.... hoe heet die nou, toe nou, oh ja...een flamingo.”
“Had je ook contact met die flamingo? “
“Hij liet me wat zien en vertelde me dat vogels de hoogste ontwikkeling zijn binnen het dierenrijk.”
“Hoe zag het landschap eruit?”
“Heel mooi groen, gras, bloemen, water, maar niet zoals hier. Je ziet het gras gewoon groeien. Maar misschien kan dat ook niet? “
“Ik denk dat dat heel goed kan. Als er geen tijd is in deze wereld die aan ons getoond wordt en als deze dus tijdloos is, dan kan dat dus wel wat mij betreft.”
“Alles is zo blij. Het gras is ook zo blij. Misschien denk je wel dat ik gek ben...?”
“Nee dat denk ik niet en als ik dat ooit van je ga denken, dan zal ik het je zeker vertellen. Vergeet niet dat ik ook dingen zie gebeuren die jou ontgaan als je ‘weg’ bent. Jij vertelt me dan weer dingen die mij ontgaan. Zo vullen we elkaar aan. We moeten maar vertrouwen houden in alles.”
“Ik zou Cor willen vragen of ik het goed gezien heb. “
“We kunnen hem dat gewoon vragen een volgende keer en als hij dat wil zal hij antwoorden”.
“Welke vragen wil je controleren?“
“Of dat klopt van die vogel en het hoogste niveau en of de dingen die ik zag over het verbranden, of die ook kloppen. Ik wil dingen niet verkeerd zeggen.”
“Goed die vraag stellen we de volgende keer”.
Terug naar: Op bezoek
|